Met 22 vrouwen en onze leidsters Rechell en Suze die gelukkig weer mee is op weg naar Terschelling. Vanuit Harlingen nemen we de boot naar het eiland. Rechell heeft ons verteld dat je op de boot direct het vakantiegevoel krijgt. Dat klopt helemaal, het is heerlijk weer. We genieten van de zon, zee en de zeemeeuwen die met ons mee lijken te vliegen.

De Brandaris

De Brandaris

Bij aankomst gaan we lunchen in restaurant Zeezicht. In het restaurant staan een aantal kunstzinnige tafels, gemaakt door kunstenaars met spullen van het strand. Heel bijzonder. Voordat we naar ons hotel gaan, lopen we even het dorp in en zien een karakteristiek gebouwtje genaamd het wakende oog. Dat kan niet missen want midden op de gevel is een oog aangebracht. Het werd gebouwd in 1882 als een vrijmetselaarstempeltje, een “wachthuuske” dus. Als we doorlopen zien we de Brandaris, de oudste nog in gebruik zijnde vuurtoren van Nederland. De vuurtoren werd gebouwd in 1594. Het jaar dat Willem Barentsz aan zijn eerste tocht om de Noord begon. De lengte van de toren is 53,66 meter. Om de 5 seconden is er een 0,3 seconde durend schitterlicht. De hoogte van het licht is 55,5 meter. Je ziet de toren overal bovenuit steken. Het is een baken van licht voor Terschelling. Een heel modern uitziend gebouw dat toch al heel oud is.
Dan lopen we naar ons hotel “Schylge”. Die naam betekent Terschelling. Jopie, Nel, Anne en ik krijg met ons vieren een vier persoonsappartement. Dat is ons goed bevallen. We hebben een schitterend uitzicht op de haven met de vele vissersboten.

Dag twee: Vandaag brengen we een bezoek aan de cranberry fabriek. We horen en zien we het verhaal van de strandjutter Pieter Sipkes Cupido. Het is een stormachtige novembernacht in het midden van de vorige eeuw als Pieter op het strand een vat vindt. Hij duwt het vat over de eerste duinenrij. Met moeite maakt hij het vat open. Hij dacht een lekker sterk drankje te vinden, maar er rollen rode bessen uit. Verbazing wordt woede. Hij geeft het vat een ferme schop. De bessen vliegen alle kanten uit. Zo is de cranberry ontstaan op Terschelling. Nu worden er de heerlijkste drankjes en hapjes van de bessen gemaakt. We mogen proeven van de sapjes en natuurlijk is er van alles in de cranberry winkel te koop.

Na de lunch maken we een huifkartocht. Op de bok zit Anne, je terschellingspreekt dat uit als Ane. Een gezellige jongeman die deze tochten met plezier doet. Hij heeft een schapen en paarden houderij en is dus altijd met dieren bezig. Dat kun je zien. Hij hoeft maar heel subtiel te corrigeren en de paarden luisteren gelijk. Je ziet de oortjes rechtop gaan. De huifkar wordt getrokken door drie broers van zes, vijf en vier jaar. Ze zijn van een moeder en drie vaders. We hebben met Anne een heerlijke tocht gemaakt. Het uitzicht is groots, geen hoogbouw, geen industrie, alleen de natuur. We zien veel heide nu prachtig in bloei. Ook zien we het cranberry plantje. Anne stapt uit en plukt een bosje om het ons te laten zien. Dini, Thea en ik mogen naast Anne op de bok zitten. Prachtig die paarden op de cadans te zien lopen. Zo soepel. Wat heeft een paard toch een mooie rug. Ik heb het bosje cranberry takjes dat ik van Anne heb gekregen thuis in een pot met aarde en zand uit de zandbak gezet. Ik ben benieuwd of het blijft leven. Anne heeft koffie en Terschelling koek bij zich. Dus we nemen even pauze. Het was een geweldige tocht en we bedanken Anne.

‘s Avonds eten we in restaurant Hessel. Hessel zelf treedt ook op in zijn restaurant maar pas na 10:30. Jopie en ik zijn eerder naar ons hotel gegaan met de bus.

Dag drie: Vandaag huren een aantal mensen een fiets. Ik kies voor wandelen. Maar Rechell zou Rechell niet zijn als zij niet iets leuks bedacht heeft. Zij heeft een grote bus gehuurd zodat we met een chauffeur een volledige tocht over het eiland kunnen maken. Geweldig. De chauffeur vertelt: het eiland is 30 km lang en 4,5 km breed. Het aantal inwoners is 4800. Het aantal toeristen is 20.000. We zien het geboortehuis van Willem Barentz. De beroemdste inwoner van Terschelling en een van onze zeehelden. En een beeldje van het vrouwtje dat de Engelsen de verkeerde kant opstuurde zodat de rest van Terschelling voor de brand van 1666 gespaard bleef. Ook zien we de set van Sil de strandjutter. De beroemde televisieserie. Elk jaar komen alle acteurs die meespeelden bij elkaar op Terschelling voor een reünie. We rijden helemaal tot aan de boschplaat. Naar het dorpje Oosterend. Tot aan het strand. In het Heartbreakhotel drinken we een kopje koffie met een heerlijk appelgebak. Dit hotel ademt de sfeer van de jaren 50 met foto’s van Elvis Presley. We kunnen even uitwaaien op het strand. Later eten we onze lunch.

We rijden terug naar West Terschelling voor onze boottocht. We bedanken onze chauffeur voor de geweldige tocht. Daarna gaan we op de boot naar de zeehonden. Het is een heerlijke ruime boot waar je ook behaaglijk binnen kunnen zitten. Het weer zit tegen. terschellingHet regent en het waait. Toch sta ik buiten op het dek. Ik wil die beestjes goed kunnen fotograferen. De gids van de boot vertelde dat er twee soorten zeehonden leven op de wadden. De gewone en de grijze. De ene soort krijgt baby’s in december en de andere in juni. Na even varen zien we ze liggen maar omdat het water zo hoog staat kunnen we niet dichtbij komen. Soms komt een zeehond heel dichtbij de boot maar als je een foto wilt maken verdwijnen ze onder water. Ze lijken een spelletje te spelen. ‘s avonds, zo heeft Rechell geregeld, eten we in ons hotel een mosselmaaltijd. Dat was genieten. Diegenen die daar niet van hielden kregen een heerlijke steak.

Dag vier: De tijd gaat hard. Toch hebben we heel veel gedaan. Eigenlijk zoals altijd. Het lijkt alsof we veel langer weg zijn. Na het ontbijt kijken we naar buiten, het regent. Rechell regelt dat wij in een aparte ruimte gezellig bij elkaar kunnen zitten. Er zijn spelletjes en er is koffie. Prima. Toch hopen we dat we die geplande boswandeling nog kunnen maken. Gelukkig wordt het uiteindelijk droog. De boswachter komt naar ons hotel. Heerlijk dat het uiteindelijk toch lukt. We lopen met hem het bos in. Hij vertelt dat de wadden zijn ontstaan in 1296. Terschelling was rond die tijd een zandbank, meer niet. De mens heeft hier alles naartoe gebracht. Neem nou de dennenbomen. Ze zijn rond de 100 jaar. Ze gaan nu dood. Ouder dan 100 jaar wordt een dennenboom gewoon niet. Gelukkig zijn er zaailingen. Daar moet je ook mee oppassen anders overwoekeren zij de heide. We zien wilde orchideeën en vele varensoorten. Ook zijn er volop bomen met lijsterbessen. Nou die heb ik net zo mooi in mijn achtertuin. De Amerikaanse vogelkers is ook overal aanwezig. Dan de dieren. Alle dieren zijn ook in de loop der eeuwen naar het eiland gebracht. Nee een hert zwemt dat stuk niet. Dat is een fabeltje. De herten zijn uitgezet voornamelijk voor de jacht. Het enige zoogdier dat hier hoort is de zeehond. Het is de mens die deze bossen heeft aangelegd. Het kost heel veel tijd en mankracht om de diversiteit te behouden. Maar het is wel mooi. Het bos heeft een natuurlijke uitstraling.

Dan begint het zachtjes te regenen. Maar wij hebben de boswandeling gehad en er weer wat bijgeleerd. Dan gaat het snel. De bus staat klaar en we nemen afscheid van de mensen in het hotel. Op het havenplein stappen we uit met onze koffers. We wachten tot de boot vertrekt. In de hal hangt een mooie voorstelling van de brand op Terschelling in 1666. Dat was tijdens de tweede Engelse oorlog. Grote delen van Terschelling zijn toen platgebrand. Voor die plaat nemen we de groepsfoto. Om 5:30 gaan we de boot op en krijgen we een lekker diner. In Harlingen staat de bus te wachten. Het blijft een luxe zo reizen. In de bus overhandigen we Rechell en Suze 2 mooie kaarten met handtekeningen en bedanken hun allebei voor de mooie reis. Thuis wacht hun beidden nog een mooie bos bloemen. Onderweg regent het pijpenstelen. Rond 9:15 rijden we Badhoevedorp in. Het is eindelijk droog. Nel, Lyda en ik worden thuisgebracht door Jopie. Heerlijk. Rechell, Suze, het was een feest. Dank jullie wel.

Wil Holshuijsen

Categories:

Tags:

Comments are closed